Het ontstaan en de vroege jaren

Uit ‘De edelmoedige’ …

Het einde van de negentiende eeuw werd gekenmerkt door een intense industrialisering. Feit dat o.a. tot gevolg had dat het proletariaat ontstond. Deze volksmassa had het lang niet makkelijk, maar leed en miserie brengen de mensen ook dichter bij elkaar. Dat verschijnsel manifesteerde zich ook tijdens de Eerste Wereldoorlog. Want toen werd te Lebbeke de Samenwerkende Maatschappij ‘De edelmoedige’ in het leven geroepen.

Uit een kopie van het verslag van de buitengewone algemene vergadering van deze coöperatieve, gehouden op 2 januari 1918 blijkt  dat “de maatschappij tot doel heeft de aankopen te doen van eetwaren en andere verbruiksartikelen. Desnoods deze artikelen te vervaardigen’. Laatstgenoemd artikel werd meteen in de praktijk omgezet, want er werd een broodbakkerij opgericht.

Daarnaast stipuleerde artikel 4 van de statuten het “oprichten of onderhouden van werken houdende voor doel de uitbreiding van onderwijs en opvoeding harer leden te vergemakkelijken.”

De eerste beheerder van ‘De Edelmoedige’ waren Achiel Lintermans (nijve­raar), Louis Van der Veken (bediende), Petrus Van Biesen (werkman), Alfons Tas (werkman) en Oscar Van Overstraeten (handelaar).

… groeide ‘De Vrije Werklieden’

Precies in dat artikel 4 moet het in het leven roepen van de socialistische fanfare ‘De Vrije Werklieden’ gesitueerd worden. Wat trouwens bevestigd wordt, wanner we er het ‘Reglement van Inwendige Orde van de Fanfaren’ op nalezen, uitgegeven op 12 juni 1922. Daarin treggen we immers aan “Er is in de schoot der samenwerkende maatschappij ‘De Edelmoedige’ een muziekkorps gesticht onder naamvan ‘Fanfare De Vrije Werklieden’.”

Omdat met zekerheid geweten is dat het eerste vaandel van de fanfare werd aangekocht in de loop van 1921, mag met even grote zekerheid gezegd worden dat de fanfare reeds dat jaar actief was en vorm had. 1921 wordt dan ook beschouwd als het oprichtingsjaar van de fanfare.

Als eerste voorzitter van ‘De Vrije Werklieden’ werd Louis Van der Vreken verkozen. Merkwaardig was cat er gestart werd met trommels, klaroenen en… accordeons. Geleidelijk aan groeide de fanfare echter uit tot een prachtige formatie van ongeveer 50 muzikanten.

Dirigenten in het interbellum waren achtereenvolgens: Partin (St-Gillis), Van Goethem (Lebbeke), De Backer (Lebbeke), Amandt (Aalst) en Jules De Hauwere (St-Gillis). De belangrijkste medewerkers aan de groei tussen de beide Wereldoorlogen waren: Louis De Backer, Jean Moens, Louis Van der Vreken, dirigent Amand van Goethem en Jaques De Decker.

De taak van de muziekvereniging bestond toen hoofdzakelijk uit het opluisteren van feestelijkheden als kermissen, cavalcades en optochten. In verkiezingsperiodes vergezelden ze de kandidaten naar de verschillende wijken van de gemeente om hen de nodige muzikale steun te geven.
groepsportret_gemeentehuis
­

Na de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog maakte een eind aan alle verenigingsleven en ook de fanfare bleef noodgedwongen op non-actief. De instrumenten werden voor de bezetter verborgen, maar bij het eind van de oorlog waren ze toch zwaar beschadigd. Dank zij de zware inspanningen werd de fanfare heropgebouwd.

­Frans Van RegemoorterAls dirigent werd Frans Van Regemoorter aangeworven, die als muzikant van de fanfare muziek studeerde en een loopbaan had opgebouwd bij de militaire muziekkapel van de Gidsen. Onder zijn leiding – Petrus Leys was toen voorzitter geworden – ging de fanfare een grote bloei tegemoet. De toen behaalde resultaten spreken voor zichzelf. Prijzen werden in de wacht gesleept in Oostende en Luik, een eerste prijs in het nationaal muziektornooi in Malderen, eveneens een eerste prijs in het stapmarsentornooi in Opdorp. Voor de provincie waren ‘De Vrije Werklieden’ toen in eredivisie gerangschikt. De naoorlogse periode was eveneens gekenmerkt door een intergemeentelijke samenwerking, hoofdzakelijk met de socialistische fanfare ‘Door Eendracht Samengebracht’ uit St-Gillis Dendermonde en in mindere mate met Baasrode en Buggenhout.

Zoals elke ander vereniging kreeg ook “De Vrije Werklieden’ klappen van de zweep. Het plotse overlijden van bekwame en toegewijde muzikanten en de mindere interesse van de jeugd voor de muziekbeoefening zorgden voor enkele moeilijke jaren.